Het leven van Kees Verwey
Aquarel
In de waterverfschildering van bloemen is de kleur groen onvermijdelijk. Aan de rijke schakering van groentinten die Verwey met zijn mengkleuren wist te bereiken, is zijn aquarellistische meesterschap te herkennen. Dat geldt ook voor de verschillende grijzen die ontstaan door het onwaarschijnlijk transparante ultramarijn – zijn lieveling – te mengen met kraplak, okers en sienna.
Het schilderen van bloemenaquarellen gaf Verwey het grootste plezier. Voor het maken van ‘een bloemetje’ hoefde hij niet naar boven, niet naar zijn atelier. Beneden in de voorkamer, waar het huiselijk leven zich afspeelde, stonden altijd minstens twee vazen met bloemen op tafel, een vaas met een verse boeket en de andere met bloemen die al in een decoratieve staat van verwelking verkeerde. Elk bloemstilleven is bij Verwey een compositie van kleurvlekken waarbij het doorschijnend licht voor transparantie zorgt. De afzonderlijke vorm van bloem of blad vond bij hem veel minder belangstelling.
Verwey: ‘Ha, wat doet dat plasje water nu met die droge verf, het lost de verf op en nu gaat het prachtig glanzen. En wat doet nu de natte kwast gevuld met kleurstof op papier? Ai, daar raak ik met de punt, met de uiterste punt van de kwast aan het papier, onmiddellijk vloeit het water uit de kwast over het papier en dan… O, dan ga je eigenlijk pas goed genieten van de zachte vloeiing van die eerste streek op het maagdelijk wit papier. Want zonder genot is kunst niets en het genot is altijd in de aanvang het grootst!’